Geen echte veiligheidsinspecties kost tal van levens


Bij een brand in een textielfabriek in Bangladesh zijn in de nacht van 23 op 24 november 2012 meer dan 100 mensen om het leven gekomen. De brand brak uit op de begane grond en sloot werknemers, overwegend vrouwen, in op de acht hoger gelegen verdiepingen.

In paniek vluchtten werknemers het dak op of sprongen uit de ramen voor de rook en het vuur . Volgens de brandweer zijn de meeste slachtoffers op de tweede verdieping gevallen en door verstikking omgekomen. Een van de gewonde werknemers zei dat er wel 1000 mensen voor de nachtdienst in het pand waren toen de brand uitbrak.

De autoriteiten hebben zondag laten weten dat er 109 doden zijn geteld. De eigenaar van de fabriek, Delwar Hossein, noemde het drama een enorm verlies. Hij zei dat het pand niet brandgevaarlijk was en dat hij zeven fabrieken heeft waar nog nooit eerder brand is uitgebroken. Kortsluiting is de meest waarschijnlijke oorzaak.
Bengalese arbeid is goedkoop en kledingindustrie ‘boomt’.

Bangladesh is op wereldschaal de tweede exporteur van kleding geworden. 40 procent van de fabrieksarbeiders vindt werk in de kledingindustrie die met circa 15 miljard euro goed is voor 80 procent van de totale export van het straatarme land.

Sinds 2006 zijn er meer dan 500 doden gevallen bij branden in Bengaalse textielfabrieken, volgens de in Amsterdam gevestigde actiegroep Clean Clothes Campaign. Volgens de Bengaalse vakbondsman is er door de internationale ondernemingen die kleding laten maken, wel controle t. a. v. de veiligheid, maar dat zijn geen echte veiligheidsinspecties.

Bron: Volkskrant, 25 november 2012